
Fin
Gisteren zag ik hoe de buschauffeur wegreed, precies op het moment dat twee rennende meisjes de deur van zijn bus bereikten. Een ongekend stukje hufterigheid om half acht ‘s morgens. Hij had niet weg hoeven rijden. De bus was nog lang niet vol en hij moet de meisjes al minstens 30 seconden in zijn spiegels hebben gezien. Toch deed-ie het.
Ik wilde hufterig terug zijn. Zijn baas bellen, een stok tussen zijn wielen, een steen door zijn ruit. Wat een klootzak.
Vandaag lig ik weer in het ziekenhuis en speel die scène nog een keer af voor mijn innerlijk oog. Ik verbaas me over mijn eigen boosheid. Het was een minne streek, maar ik ben allang niet boos meer. Ik ben moe en vergevingsgezind. Ik verbaas me niet alleen over mijn boosheid van gisteren. Ik verbaas me ook over al die keren dat ik me hier boos heb gemaakt. Begrijp ik niks meer van. Leven en laten leven, denkt mijn vermoeide hoofd alleen nog maar. Love, peace & happiness. Of hoe heette dat destijds ook al weer, toen bij Woodstock.
In die zin ben ik blij dat de Bombardon er mee stopt. Hoef ik ook niet meer boos te zijn. Nooit meer die gramstorige bittere Koolveld. Vanaf nu ben ik een zoetgeurend veld vol madeliefjes. Een veld waar minnaars komen en zich liefkozend neder vlijen in de avondzon terwijl konijntjes dartel haasje over spelen.
Is dit nog coherent? Of nemen de medicijnen de besturing van mijn brein al weer over? Laat ik het zekere maar voor het onzekere nemen en u groeten voor het nog onsamenhangender wordt. Ik betwijfel of u zoveel van mij heeft gehouden als ik van u, maar het was me aangenaam.
Ik geef het wieltje van de ipod nog een slinger, mijn hoofd zakt weg in de kussens. Brian Wilson zingt met onvaste stem: I guess I just wasn’t made for these times…
0 reacties:
Een reactie plaatsen